
Sinds begin 2000 heb ik mijn Audine camera af. Dit is een geweldige astronomische CCD-camera die ontworpen is door een groep franse amateurs onder leiding van Christian Buil. Deze camera gebruik ik met een 13cm F/11,5 Schmidt-Cassegrain van Opticon op een Vixen GP-DX montering in mijn achteruin. Het geheel is afgebeeld op de foto links.
De camera kan op diverse resoluties worden gebruikt, de opname hieronder is op de hoogste resolutie gemaakt (768 x 512 beeldpunten). Om het object in beeld te krijgen zonder steeds de camera te moeten verwijderen om een oculair te plaatsen gebruik ik een flip-mirror van Meade. Wanneer de knop verdraaid wordt kan de spiegel worden opgeklapt zodat het licht op de CCD valt. In de onderste stand gaat het licht naar het oculair. Dit is een van de nuttigste accesoires die ik ooit heb aangeschaft! Op de foto rechtsboven zijn v.l.n.r. de Audine camera, de flip-mirror en de achterkant van de 13cm SCT te zien. Met de aluminiumkleurige knop op de flip-mirror kan de spiegel worden opgeklapt. Deze spiegel moet eenmalig nauwkeurig worden uitgelijnd om te zorgen dat een object in het midden van zowel oculair als CCD-chip zichtbaar is. De scherpstelling voor het oculair moet, na scherpstellen van de CCD worden vastgezet zodat het focusseren can de CCD de volgende keer veel sneller verloopt. Het focusseren van de CCD doe ik door middel van kunstmatige diffractie-spikes die ik tijdelijk met een dwars over de kijkeropening geplaatst stangetje veroorzaak. Daarmee is zonder enige twijfel het beste focuspunt te vinden.
Op dit moment heb ik nog wat problemen met de koeling van de camera. Deze werkt te goed... Hierdoor bevriest de in de camera aanwezige waterdamp als rijp op het venster van de CCD-chip. Ondanks dat heb ik toch nog een paar opnamen gemaakt in de 2x2 binning mode. Daarbij worden steeds twee bij twee beeldpunten samengevoegd. De resolutie wordt lager, maar de gevoeligheid groter!

Deze opnamen van NGC7331 in Pegasus werden op 29 augustus 2000 gemaakt en bestaan uit 17 belichtingen van een minuut. Omdat de montering niet goed op de pool stond afgesteld moest de belichtingstijd per opname kort zijn. Een aantal opnamen waren zelfs onbruikbaar. Het linker plaatje heeft een logaritmische grijsschaal die er erg natuurlijk uitziet. De rechter is met "Digital Darkroom Processing" bewerkt. Op de opname linksonder is te zien wat er gebeurt als er een lang belichte opname gemaakt wordt, het is een optelling van 24 direct achter elkaar gemaakte opnamen. Door nu alleen de beste van deze opnamen te gebruiken kun je ondanks zo'n schijnbaar hopeloze volgfout toch nog leuke opnamen maken. De scherpste opnamen worden met het Iris softwarepakket samengevoegd en nabewerkt.


De opname rechts is "Stephans Quintet" een fraai groepje sterrenstelsels vlakbij NGC7331. Het grootste stelsel van deze groep heet NGC7320 en staat linksboven het midden van de opname. Dit zijn 20 van de 24 opnamen uit het linkerplaatje maar dan keurig op elkaar gelegd door Iris. De verschillende heldere sterren zijn op het linkerplaatje goed terug te vinden. Van de samengestelde opname zijn de stukken die niet op alle opnamen stonden, weggesneden. De onscherpe opnamen van de serie (vier stuks) zijn niet gebruikt.
Natuurlijk is het beter om de kijker wel perfect op de pool af te stellen, dan is de overlap van de foto's veel groter en de scherpte beter. Volgende keer ga ik ook de PEC (Periodic Error Correction) functie van mijn montering gebruiken voor een beter resultaat.
De volgende opnamen werden op 6 oktober 2000 gemaakt. De CCD-chip bevriest nu niet meer door het dicht maken van alle gaatjes in de camera zoals bijvoorbeeld de connectors. Het NGC981 plaatje (links) is een combinatie van 40 opnamen die ieder 30 seconden werden belicht. Door zulke korte belichtingstijden te gebruiken is het niet nodig om te corrigeren tijdens het volgen. Toch krijg je zo keurige ronde sterren op de opnamen. Klik op de kleine afbeeldingen om ze op ware grootte te zien. De Ringnevel M57 is een combinatie van 16 belichtingen van 30 seconden. Dit gecombineerde beeld werd bewerkt met het Lucy-Richardson commando (5 iteraties) in de Iris software.